Home  >  De Cyphotilapia >  Varianten

 

 

 

Hoe kwam het tot de vorming van de varianten.

 

Hoe komt het dat Cyphotilapia niet gewoon Cyphotilapia is, bedoeld wordt,  waarom ontwikkelde zich in hetzelfde meer zich zoveel verschillende varianten van deze familie. Het ligt aan de leeftijd, en aan de speciale geologie, en aan de enorme uitbreiding  van het tanganyika meer. Dit betreft een theorie die door menig onderzoekers ondersteund wordt.

 

 

Een theorie die dit verklaard.

 

20 miljoen jaar geleden in het begin van het Tanganyika meer was deze in 2 helften opgedeeld.

Een tot 600 meter  boven het meer uitstekende rotswand, dwars door de oost Afrikaanse  breuklijn, scheidde de beide helften.

De breuklijn vormde zoals bekend het meer als 700 kilometer lange kuip. Geologische activiteiten in het gebied rondom het huidige Tanganyika meer stuwden in die tijd machtige rotsformaties tot bergen omhoog en leiden de rivieren zo om dat ze in beide delen vloeiden. Pas toen het water langzamerhand boven de grens van 600 meter boven de zeespiegel uitsteeg kon deze rotswand overwonnen worden en de beide meren verenigde zich.

 

In deze vroegere tijd van het meer, ontwikkelde zich de fauna zodoende in de verschillend delen. Deze scheiding tussen beide was dus de reden van de variantenvorming. Later toen het meer in 1 enkel deel samenkwam bleven meerdere voor de vele vissoorten onoverwinnelijke obstakels bestaan.

Dit is de reden voor de verschillende biotopen van het meer. Tot op de dag van vandaag, wisselen zich langs de oeverzones rotsige omgevingen met zandvlaktes af. En tot op de dag van vandaag overwinnen rotsbewonende cichlides de zandvlaktes niet omdat ze aan hun leefomgeving gebonden zijn en zich niet aan de bijna open zandbiotopen wagen. Zandvlaktes kunnen zich overigens over vele kilometers uitstrekken.

Daarom blijft de rostbiotoop bewonende cichliden een populatie op zichzelf. Aan hun leefomgeving gebonden vormen ze al eeuwen lang hun eigen variaties. Dit komt daardoor, omdat het niet met uitwisseling met de genen van andere individuen van dezelfde soort die buiten de rostgemeenschap leven komt. Wat de uitwisseling van de genen binnen een soort ook voorkomt is de enorme lengte van het Tanganyika meer. Tussen Burundi en het noorden en Zambia en het zuiden, liggen meer als 700 kilometers. Wel word vermoed dat de Cyphotilapia migreert door middel van verplaatsing langs zeer diepe rotsachtige passages. Dit zou de enigste mogelijke manier van migratie zijn, aangezien de vissen zich niet zullen wagen aan de open wateren of de zandvlaktes.

 

 

 

De varianten worden zelfstandig.

 

Sinds de beide Japanse ichtyologen Takahasai en Nakaya in het jaar 2003 voor de soort Cyphotilapia een nieuwe standaard ingevoerd hebben zijn vele houders/liefhebbers van de Cyphotilapia onzeker geworden.  Ondanks dat  ondertussen wereldwijd bekend is geworden dat de Cyphotilapia gibberosa een zelfstandig soort is geworden is het soms nog steeds onduidelijk welke Cyphotilapia nu een frontosa is en welke een gibberosa.

 

 

 

1 frontosa mag zijn naam behouden.

 

Net als voorheen gebruiken bijna alle aquariumliefhebbers de naam frontosa als soort verzamelnaam voor alle varianten van de Cyphotilapia familie.

Het begrip “frontosa” heeft zich in de loop van de jaren gevestigd, omdat het tot nu toe alleen maar de enige Cyphotilapia was. Nu gaat men er anders over nadenken, slecht 1  variant van de soort Cyphotilapia is na de tegenwoordige wetenschappelijke benadering een Cyphotilapia frontosa.

Namelijk de oorspronkelijke “oer” frontosa, die uit  Kigoma stamt, de variant met zeven strepen. Deze vis dus, die boulenger als eerste beschreven had, mag verder als enige variant Cyphotilapia frontosa genoemd worden. De overigen zijn gibberosa geworden en 3, waaronder de klassieker uit Burundi hebben helemaal geen echte naam meer. Ze worden door de wetenschap verder als Cyphotilapia species aangeduid.

Dat betekend dat ze wel tot de familie Cyphotilapia behoren, maar ze zijn noch frontosa noch gibberosa zijn.

Een frontosa heeft immers 7 strepen en een gibberosa onderscheid zich door een aantal afwijkend eigenschappen en door de opvallende diepblauwe kleur. Het wordt dus erg interessant deze ontwikkeling verder te volgen. De gegevens van bovengenoemde slaan op de feiten die bekend zijn tot februari 2006.

 

 

 

Onoverzichtelijke wirwar.

 

Des te meer men zich met de verschillende Cyphotilapia varianten bezig houd des te meer wordt het duidelijk dat het een hopeloze onderneming is, om het overzicht tussen de diverse varianten en vangstplaatsen te bepalen. Slecht enige jaren geleden kende men slechts 6 varianten van de Cyphotilapia frontosa. Voorop stond daarbij de geografische variant Cyphotilapia frontosa Burundi.

De Burundi was en is tot nu toe de meest geïmporteerde en gekweekte variant van de Cyphotilapia famillie. Ondertussen duiken steeds vaker nieuwe namen op in samenhang met de frontosa’s en hun vangstgebieden. Op de kaart hieronder zijn de 14 belangrijkste vangstgebieden aangegeven, waar de verschillende soorten varianten Cyphotilapia’s vandaan komen

 

 

 Is de vangstplek gelijk aan de variant?

 

De vraag is nu, of elk vangstgebied ook gelijk een nieuwe variant is, of inderdaad elke Cyphotilpia die bv aan de kust van Tanzania maar niet op de zelfde vangstplek gevangen wordt een nieuwe variant is/wordt. Bij het wel of niet crieren van een nieuwe naam spelen desbetreffende duikteams, bedrijven, onderlinge concurrentie een enorme rol. Maar voorlopig zal dit onduidelijk blijven.

Want het verschil is tussen de varianten is zelden zo duidelijk als bijvoorbeeld tussen de Burundi of de Zaïre bleu. Dit wil zeggen dat er tussen de Zaïre en de Zambia duidelijk minder verschil waargenomen kan worden al tussen de Zaïre en de Burundi. Het is dus erg lastig om onderscheid te maken tussen de varianten en daarom ook erg lastig om eventuele nieuwe soorten te ontdekken zodat men dus van een nieuwe variant kan spreken.

 

 

Het overzicht kwijt.

 

Langzamerhand doet het aan alsof niemand meer het overzicht heeft wat betreft de variaties.

Als men op internet gaat rond zoeken zal men ondervinden dat de verschillende talen andere omschrijvingen geven van de familie Cyphotilapia. Er is dus geen internationale standaard.

Daarom zou het zin hebben de verschillende varianten met de vangplaats in verbinding te brengen. Maar omdat uiterlijke kenmerken zo minimaal verschillen met varianten uit de nabij gelegen vangstplekken brengt dit veel verwarring.

Qua uiterlijk maakt het dus niks of weing uit of de vissen in Kapampa of in Moba gevangen worden.

 

 

Met opzet veroorzaakte verwarring.

 

Om het nog wat lastiger te maken, de (vangst)bedrijven en duikteams hangen vanwege de commercie en onderlinge concurrentie een bepaalde naam aan een bepaalde vis en vangst.
Neem de naam Moba bijvoorbeeld, dit is wetenschappelijk allang als foutief vastgesteld, want bij Moba worden géén frontosa´s gevangen. De juiste naam zou M´Toto moeten zijn aangezien deze Moba's hier worden opgedoken, maar er is geen enkel bedrijf wat dit heeft aangepast tot op heden. De naam Moba werd ingevoerd om concurrerende bedrijven weg te houden bij de werkelijke vangplaats Op deze manier werden ze op de verkeerde been gezet en werd de ware vangstplaats verborgen gehouden. En zo is dit vaker gebeurt en zal dit in de toekomst ook voorkomen.

 

 

Een paar voorbeelden van namen en vangstplaatsen.

Zoals eerder gezegd is de naam moba dus niet de naam van de vangstplaats. Deze werkelijke vangstplaats is M' toto. Dit geld ook voor een aantal andere namen/varianten Mpimbwe word gevangen bij Karema en Masalaba. Kipili en Tanzanites worden beide gevangen bij Kipili. Samazi en Bismarks worden beide gevangen bij Samazi, en Fulwe rocks en Wampembe worden ook beide gevangen bij Fulwe. Niet alle namen staan dus gelijk aan de vangstplaats.

 

 

Verkoop door paticulieren en winkels

 

Ook door verkoop vanuit winkels en verkoop door particulieren word veel verwarring veroorzaakt. De varianten worden zowel bewust als onbewust verkocht onder een verkeerde naam. Dit word veelal gedaan om een hoger prijskaartje aan de vissen te kunnen hangen. Ook worden er vaak verschillende varianten gemixt. Dit gebeurt zowel in winkels als bij particulier, maar ook bij leveranciers en zelfs bij de bron, de vangst stations gebeurt dit. Een vis word uitgevangen en in het verkeerde aquarium terug gezet. Een leverancier probeert nog net zijn laatste box voor verzending vol te krijgen en vult deze op met een andere variant, een winkel heeft 2 groepen waar gedeeltes van zijn verkocht en plaatst ze samen om zo weer een aantrekkelijke groep te crieëren. Een particulier wil zijn groep aanvullen maar plaats per ongeluk een verkeerde variant bij. En zo is er genoeg waar het mis bij kan gaan. Ook veel bronnen op het net werken niet mee aan meer duidelijkheid. Juist door de verwarring worden er vaak foto's op het net geplaats met de verkeerde benaming wat dus ook niet possitief bijdraagd.

 

Voordat men overgaat tot het aankopen van een groep Cyphotilapia's is het zeer verstandig om u eerst goed te verdiepen in de varianten, dit om teleurstelling achteraf te voorkomen. Door te zorgen dat men onderscheid kan maken tussen de noordelijke en zuidelijke varianten komt men al een heel eind. Vaak worden namelijk de noordelijke varianten aangeboden als bv een zaire variant. Daarna zou men nog kunnen proberen om de 3 zuidelijke varianten te gaan herkennen maar dit is vaak toch een kwestie van ervaring. Mocht u twijfelen over een aan te kopen variant probeert u dan een ervaren persoon op te zoeken die u eventueel kan adviseren en u kan helpen de varianten te onderschijden.

 

 

 

 

Varianten die niet afkomstig zijn uit de natuur en afwijkende patronen

 

Onder de Cyphotilapia frontosa zijn ook varianten bekend die niet direct afkomstig zijn uit het Tanganyika meer zelf. Dit zijn varianten die oftewel zijn gekweekt op hun aparte kleur en/of het patroon, of dieren die een chemische behandeling hebben gehad. Varianten die hiermee bedoeld worden zijn de zogenaamde Red frontosa variant en de blackwidow. Beiden zijn varianten afkomstig van de Burundi variant.

 

 

De black widow, ook wel de Cow frontosa en Panda frontosa genoemd zijn doorgekweekte vissen. Naar het schijnt is het begonnen met jongen afkomstig van de Burundi variant die een afwijkend patroon op het lichaam vertoonden. Hier is vervolgens op doorgekweekt waardoor het bekende strepen patroon volledig is verdwenen en er een aantal raar gevormde vlekken op het lichaam zijn ontstaan. Uit bronnen op het internet komt naar voren dat deze dieren gecreëerd zijn in een Aziatisch bedrijf, maar naar eigen weten zit ook in Duitsland een persoon die verder is gaan kweken met deze mutatie en deze dan ook in de handel heeft gebracht. Het gerucht ging ook dat de mutatie is ontstaan door middel van verschillende varianten te kruizen maar dit blijkt achteraf niet de oorzaak te zijn van deze mutatie variant van de frontosa. Deze variant is zowel in de Nederlandse als Europese handel verkrijgbaar

 

 

 

Red frontosa, ook wel copperband frontosa, Brown frontosa en gold barred fronts genoemd is een variant met een rode bruine tint over het lichaam. Dat deze dieren een rode kleur over het lichaam hebben is te verklaren door de volgende 2 redenen. In Burundi schijnen albino varianten voor te komen. Wanneer  er met deze variant word doorgekweekt zouden er rood/bruine frontosa’s naar voren kunnen komen. Deze dieren zijn dus een gekweekte vorm. De tweede reden waar deze variant zijn kleur aan te danken zou hebben is door de werking van chemicaliën. Acid-burned noemen ze dit fenomeen. De dieren die met deze chemicaliën behandeld zijn schijnen na verloop van tijd wel in kleur af te nemen. Dit zeer dieronvriendelijke proces word uitgevoerd in het Aziatische werelddeel en vanuit daar geëxporteerd. In de Nederlandse handel zult u deze dieren niet tot zeer zelden tegenkomen. In Aziatische landen en in de USA worden deze dieren regelmatig aangeboden.

 

 

 

Afwijkende patronen

 

 

Wanneer men een zuivere groep Cyphotilapia frontosa's of gibberosa’s in het bezit heeft kan het gebeuren dat er jongen geboren zullen worden met een afwijkend strepen patroon. Dit kan verschillen tussen bv zwarte strepen die elkaar aanraken, meerdere strepen op 1 of zelfs beide zijden, tot geheel afwijkende patronen. Maar dit zal niet zo extreem zijn als de doorgekweekte black widow variant, er zullen altijd strepen patronen zichtbaar blijven. Vaak word als verklaring hiervoor gegeven dat dit gekomen is door 2 verschillende varianten te kruizen met elkaar, iets wat te allen tijde voorkomen dient te worden. Maar dit is niet altijd het geval. Ook uit een zuivere groep kunnen deze jongen naar voren komen.

 

Vaak is het een combinatie tussen de ouderdieren. Men kan uit 1 ouderpaar deze jongen keer op keer weer verwachten terwijl bv in combinatie van dezelfde man met een andere vrouw men dit niet terug ziet komen. Vermoed word dan ook dat het toch iets te maken kan hebben met een bepaalde DNA combinatie. Ook in het Tanganyika meer worden deze afwijkende patronen waargenomen bij de Cyphotilapia soorten. De reden waarom we deze niet terug zien in de handel is om de simpele reden dat de hobbyisten veel geld betalen voor deze vissen en daar dan ook perfecte vissen voor terug wil zien. Wanneer deze dieren worden gevangen zullen ze of dienen voor consumptie of ze zullen worden terug gezet in de natuur. Deze afwijkende patronen komen in de natuur  meer voor dan men vaak verwacht aan te treffen. Op de hiernaast getoonde foto zijn jongen van de variant Mpimbwe afgebeeld welke zo'n afwijkend patroon vertonen.

 

 

 

 

Mooning

 

Deze uitdrukking staat voor een witte vlek in de zwarte dwarsbanden die vaak bij jonge dieren waar te nemen is. Deze witte vlekken kan men vaak  vinden in de voorste zwarte strepen over het lichaam. Ze zullen vaak in het midden van het zwart zitten en tegen de rugvin van de vis aan. Over het algemeen verdwijnen deze witte vlekken naarmate de dieren ouder worden. Bij enkele exemplaren zullen deze vlekken niet verdwijnen en deze blijven dan ook permanent aanwezig.  

 

 

Black spots, zwarte schubben

 

Wanneer men een wildvang groep Cyphotilapia’s aanschaft is er de mogelijkheid dat een exemplaar of meerdere de zogenaamde “black spots” op het lichaam hebben. Dit zijn schubben vaak zichtbaar in de witte strepen over het lichaam die zwart zijn gekleurd. Er zijn hier meerdere theorieën over maar geen enkele is daadwerkelijk met 100% vastgesteld.

Sommigen vermoeden dat de black spots worden veroorzaakt door de larve van de parasieten, Cercaria en Metacercaria. Maar deze theorie word ook door velen als niet juist bestempeld.

Sommigen geloven dat het brandwonden van stikstof zijn welke ze oplopen tijdens het transport vanaf het meer. Gedacht word dat sommige dieren te diep naar de bodem afzakken en door de zogenaamde “dead zone” (dood water) brandwonden oplopen. Deze brandwonden zouden de "black spots" zijn.

 

Er word zelfs beweerd dat enkele fanatieke personen ze zelf aanbrengen om de dieren te kunnen verkopen of ermee te kunnen pronken alszijnde wildvang exemplaren. Er word namelijk gezegd dat black spots alleen voorkomen bij wildvang en pondbred Cyphotilapia’s. Of dit zo is, is niet met zekerheid te vast te stellen. Wat wel zeker is, is dat de Cyphotilapia’s met de black spots aan iets anders worden blootgesteld als nakweek dieren in onze aquariums, daar zijn de spots namelijk nooit bij waargenomen.  Deze laatste theorie is natuurlijk van der zotte en kan als niet waar worden beschouwd.

 

Welke theorie wel zeer overtuigend is en uitgesproken is door een zeer gerenommeerd en gerespecteerd persoon welke al jaren met cichliden werk is de volgende:

Het voorkomen van de black spots op de vissen varieert per vangstlocatie. Op sommige plekken worden de vissen met black spots in grote hoeveelheden waargenomen op andere locaties zelden.

De black spots zouden geen littekens, parasieten oid zijn maar een soort van melanoom, een huidziekte vergelijkbaar met huidkanker. Alleen is dit niet gevaarlijk, nadelig of dodelijk voor de vis, deze zal hier op geen enkele manier last van ondervinden. De black spots komen overigens ook voor bij enkele Tropheus varianten.

 

In het verleden zijn er mensen die de schubben hebben verwijdert, deze zeggen dat de nieuwe schubben die er voor terug komen de normale kleur hebben. Maar dit is niet aan te raden want het is zeker een stressvol proces voor de dieren welke niet nodig is. Het is enkel alleen een schoonheidsfoutje. Bij sommigen exemplaren zijn de spots binnen aanzienlijke tijd ook weer verdwenen. De spots blijven dus niet altijd permanent aanwezig.

 

 

Klik hier voor een aantal kaarten van het Tanganyika meer en de vangstplaatsen van de Cyphotilapia frontosa en gibberosa 

 

 

Algemeen │ Burundi │ Kigoma │ Kirilani │ Kavala │ Zaïre │ Zambia │ Mpimbwe