|
|
Boulengerochromis microlepis:
Benthochromis tricoti (Boulenger, 1899) Systematiek : The species was originally described as Tilapia microlepis by George Albert Boulenger in 1899. The genus name was changed in his honour by Jacques Pellegrin in 1904. Boulenger, G. A.; 1899; "Second contribution to the ichthyology of Lake Tanganyika - On the fishes obtained by the Congo Free State Expedition under Lieut. Lemaire in 1898"; Transactions of the Zoological Society of London; 28 (49); 15 (4/1); p 88. Boulengerochromis: chromide vernoemd naar zijn ontdekker Boulenger. Microlepis betekent vrij vertaald uit het latijns, micro = klein + lepis = schubben. Dit wijst naar dat deze soort relatief kleine schubben heeft op het lichaam
Verspreiding:
endemische soort uit het Tanganyikameer. Deze soort kan door het ganse meer
worden aangetroffen, zowel in Burundi als in Congo (voormalig Zaïre), Zambia en
Tanzania. De soort lijkt te leven in kleine groepen welke bestaan uit een aantal
honderden exemplaren. De
B. microlepis
word aangetroffen in de dieper gelegen zandzones langs de kustzones. Zij leven
op dieptes van soms wel 100 meter of meer onder het wateroppervlakte waar zij in
het open water jagen op de haringcichliden. De
B. microlepis
kan wanneer zij over gaan tot het voortplanten aangetroffen worden in ondieper
wateren.
Grootte : In de natuur zijn van deze soort exemplaren aangetroffen van ruim 70 cm tot 80 cm groot. Gemiddelde grote welke is aangetroffen ligt rond de 60 tot 65 cm. Vrouwelijke exemplaren zullen in verhouding wat kleiner blijven dan de mannelijke exemplaren. De B. microlepis is in het Tanganyika meer de grootste cichliden die aangetroffen kan worden en kan tot 1 van de grootste cichliden in het algemeen worden benoemd. De vissen zijn volwassen en geslachtsrijp te noemen bij een grote van 40 cm en een leeftijd van rond de twee en een half jaar oud. Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen op kleinere grote geslachtsrijp zijn, soms op één derde tot één vierde grote van de mannen, terwijl de mannen vaak groter zijn eer ze geslachtsrijp zijn. Vermoed word hierdoor dat de mannen sneller groeien dan de vrouwen
Lichaamsvorm : Boulengerochromis microlepis kan maximaal 70 cm lang en 3.000 tot zelfs wel 4.000 gram zwaar worden. Van de zijkant gezien heeft het lichaam van de vis een normale vorm, van voren gezien is de vorm het best te typeren als ovaal. Het lichaam is langgerekt te noemen waardoor deze vis een hoge snelheid kan bereiken tijdens het jagen op voedsel in de vorm van kleinere vissen. Het hoofd is min of meer recht. De ogen zijn zijn symmetrisch en normaal van vorm. De vis heeft één zijlijn, één rugvin en één anaalvin.
Kleur en tekening : Het lichaam is langgerekt met een geel-gouden en groene basis kleur terwijl jonge exemplaren meer een koperkleurige gloed over het lichaam tonen. Over het lichaam lopen vervaagde verticale donker groene strepen welke vanaf de rugvin doorlopen tot in de aarsvin. Naarmate de vis ouder word zullen deze strepen donkerder gaan kleuren. Op het hoofd zijn iriserende stippen met blauwe tint waar te nemen welke in mindere mate doorlopen over de flanken. Bij de laterale zijlijn zijn vaak 3 of 4 stippen waar te nemen. Deze soort word ook genoemd onder naam Yellow belly welke verwijst naar de fel gele buik van de B. microlepis. Een andere veelgebruikte naam voor deze soort is Giant Cichlid of Kuhe.
Geslachtsonderscheid : Vrouwelijke exemplaren zullen in verhouding wat kleiner blijven dan de mannelijke exemplaren. Ook zijn bij de mannelijke exemplaren de kleuren intenser en indrukwekkender te noemen als bij de vrouwelijke exemplaren. Ook is het mogelijk om het geslacht vast te stellen door naar de geslachtsorganen te kijken maar vaak is dit alleen weggelegd voor mensen met meer ervaring hiermee.
Kweek :
In
gevangenschap is deze soort een aantal keer tot voortplanting overgegaan. Maar
aangezien dit een zeer zeldzame soort gehouden in deze hobby is praten praat men
enkel over een aantal keer dat dit proces is waargenomen in het aquarium.
Wanneer de
B. microlepis
word gehouden in een zeer ruim aquarium is er de mogelijkheid dat er
voortplanting plaats vind. Een juiste inrichting is wanneer er gekozen word voor
een zandbodem en een aantal grote, platte rotsen. Verstandig is om een aantal
jonge exemplaren aan te schaffen welke dan op natuurlijke wijzen een koppel
kunnen vormen wanneer deze opgroeien. Wanneer zich een paar heeft gevormd is het
aan te raden de overige soortgenoten te verwijderen uit het aquarium aangezien
deze opgejaagd zullen worden. Dit kan soms zo extreem gaan dat de dood er op
volgt. Vermoedelijk word het baltsen aangezet door de vrouwelijke vissen. Zij
zal op een bepaald moment stoppen met eten, meestal 5 dagen alvorens de broed,
en vervolgens zal zij een geschikte broedplaats opzoeken. Hierbij kan gekozen
worden voor een krater in het open zand welke soms een diameter heeft van tot
wel 35 cm. Maar soms zal de vrouw er ook voor kiezen om de eieren af te zetten
op een platte steen Wanneer zij hiermee klaar is zal zij overgaan tot de balts
en het afzetten van de eieren. De vrouw zal een aantal eieren af zetten waarna
de man deze zal bevruchten door zijn sperma hier op te storten. Dit gaat net zo
lang door totdat de vrouw al haar eieren heeft afgezet. In het aquarium loopt
het aantal eieren op tot vaak een paar honderd terwijl dit in de natuur kan
oplopen tot wel duizenden eieren hierbij praat men over 5,000 tot wel 12,000
eieren.
Water : Het water in het Tanganyika meer is hard alkalisch te noemen. Daarvoor is het wenselijk om de pH waarde van het aquariumwater rond de 8,5 te houden, een totale hardheid rond 10 DH en een carbonaathardheid van 18 DH. Een geleidbaarheid rond 600 µS, een temperatuur van 24°-27° C en een zo hoog mogelijke zuurstofconcentratie en zo weinig mogelijk nitraten. Houd in gedachten dat het water in het Tanganyika meer zeer stabiel is en dat grote schommelingen in het water niet wenselijk is. Wanneer er een verversing word gedaan van het water ververs dan niet al te grote hoeveelheden om het water zo stabiel en zuiver mogelijk te houden. Een derde to één vierde per week word aangeraden.
Voeding : Jonge vissen zijn omnivoor en eten alles om te overleven. Volwassen vissen zijn piscivoor en eten voornamelijk kleinere vissen. In de natuur jaagt de B. microlepis in het open water op de haringcichliden die daar in grote groepen zwemmen. Ook zullen ze andere kleine vissen die klein genoeg zijn om in de mond te passen zien als voedsel. Kleine medebewoners worden dan ook niet aangeraden aangezien deze als voer kunnen worden gezien en hoogstwaarschijnlijk zullen eindigen. Grote cichliden zoals de C. frontosa en de Oreochromis tanganicae worden gezien als geschikte medebewoners.
Gedragingen : Op jonge leeftijd zullen soortgenoten elkaar goed accepteren maar zodra deze soort volwassen begint te worden zullen ze zich redelijk territoriaal en onverdraagzaam naar elkaar toe gaan gedragen. Wanneer er paarvorming heeft plaatsgevonden is het ook aan te raden overige soortgenoten te verwijderen uit het aquarium aangezien deze niet meer worden geaccepteerd. Andere soorten laten hen redelijk onverschillig tot aan de broedperiode. Tijdens deze periode zullen zij hun kroost beschermen en zullen alle soorten welke hun territorium betreden wegjagen, dit kan enkele maanden aanhouden.
Aquariuminrichting : Een imitatie van het overgangsgebied tussen de rotskust en de zandkust lijkt aangewezen. Aangeraden word enigszins rotsen te gebruiken waar de vissen eventueel kunnen schuilen. Dit omdat de dominante man de andere mannen en zelfs de vrouwen redelijk kan opjagen. Verder moet er veel en fijn zand in het aquarium zijn waar de vissen hun nesten kunnen bouwen. Veel zwemruimte word ook gewaardeerd. Wat zeer belangrijk is dat deze dieren de ruimte krijgen die ze nodig hebben. Voor jonge exemplaren is dit dan ook al snel een aquarium met een minimale inhoud van 1000 liter. Volwassen exemplaren zijn bijna niet te houden tenzij men een aquarium heeft van zeer ruim formaat, denk hierbij eerder aan de 10.000 liter.
© L. de Nijs |
|