|
|
Bailey & Stewart, 1977
Systematiek : centropomoides, Leptochromis Bailey & Stewart 1977:13, Pl. 2; Fig. 2 (C, D) [Occasional Papers of the Museum of Zoology University of Michigan No. 679; ref. 7230]. Lake Tanganyika, 3-4 kilometers west of Mpulungu, Zambia, 8°46'S, 31°05'E, depth 60 meters. Holotype: UMMZ 199809. Paratypes: UMMZ 195988-91 (1, 1, 1, 4), 196036-37 (1, 1), 196115 (3), 199744 (1). •Valid as Baileychromis centropomoides (Bailey & Stewart 1977) -- (Maréchal & Poll 1991:20 [ref. 20946], Poll & Gosse 1995:243 [ref. 24781]). Current status: Baileychromis centropomoides (Bailey & Stewart 1977). Cichlidae. Distribution: Eastern Africa: Lake Tanganyika. Habitat: freshwater. Baileychromis Poll 1986:134 [ref. 6136]. Masc. Leptochromis centropomoides Bailey & Stewart 1977. Type by original designation (also monotypic). •Valid as Baileychromis Poll 1986 -- (Maréchal & Poll 1991:20 [ref. 20946], Poll & Gosse 1995:243 [ref. 24781], Takahashi 2003:378 [ref. 27540]). Current status: Baileychromis Poll 1986. Cichlidae.
Verspreiding:
endemische soort uit het Tanganyikameer. Deze soort kan door het
ganse meer worden aangetroffen, zowel in Burundi als in Congo (voormalig
Zaïre), Zambia en Tanzania. Deze soort word in het zuiden
ruimschoots aangetroffen maar in andere delen van het meer komt men
deze soort sporadisch tegen. Vermoedelijk leeft deze vis ook in de
noordelijke delen van het Tanganyika meer. De diepte waarop de soort
voorkomt is 40 tot 100 m onder het wateroppervlak
Grootte : Baileychromis centropomoides kan een maximale lengte bereiken van 17 cm.
Lichaamsvorm : Van de zijkant gezien heeft het lichaam van de vis een normale vorm, van voren gezien is de vorm het best te typeren als hoog en smal gebouwd. Het lichaams is langerekt te noemen Het hoofd is min of meer recht aflopend met een spitse mond. De ogen zijn zijn symmetrisch en normaal van vorm. De vis heeft geen zijlijn, één rugvin en één anaalvin.
Kleur en tekening : Blauw, zilver, basis kleur is zilver waarbij blauwige strepen en een gloed waar te nemen is over het lichaam
Geslachtsonderscheid : Vrouwelijke exemplaren zullen in verhouding wat kleiner blijven dan de mannelijke exemplaren.
Kweek : vermoed word dat dit vergelijkbaar is met de Reganochromis calliurus, dat dit een biparentale muilbroeder is en dat er tot 60 eieren worden afgezet.
Water : Het water in het Tanganyika meer is hard alkalisch te noemen. Daarvoor is het wenselijk om de pH waarde van het aquariumwater rond de 8,5 te houden, een totale hardheid rond 10 DH en een carbonaathardheid van 18 DH. Een geleidbaarheid rond 600 µS, een temperatuur van 24°-27° C en een zo hoog mogelijke zuurstofconcentratie en zo weinig mogelijk nitraten. Houd in gedachten dat het water in het Tanganyika meer zeer stabiel is en dat grote schommelingen in het water niet wenselijk is. Wanneer er een verversing word gedaan van het water ververs dan niet al te grote hoeveelheden om het water zo stabiel en zuiver mogelijk te houden. Een derde to één vierde per week word aangeraden.
Voeding : De B. centropomoides is een piscivoor die leeft van de kleinere vissen en ongewervelden.
Gedragingen : In het aquarium kan men het beste een verhouding man vrouw houden van 1 op 1. Tegen soortgenoten net als medebewoners zijn ze redelijk verdaragzaam.
Aquariuminrichting : Een imitatie van het overgangsgebied tussen de rotskust en de zandkust lijkt aangewezen. Aangeraden word enigszins rotsen te gebruiken waar de vissen eventueel kunnen schuilen.
Helaas is over deze soort zeer weinig informatie te vinden. Deze soort word niet ge-exporteerd en foto's zijn niet beschikbaar.
© L. de Nijs
|
|